Probis Consult

De impact van COVID-19 op de financiering van de Vlaamse woonzorgcentra

14 januari 2021

2020 was omwille van de covid-19-pandemie een bijzonder jaar. De woonzorgcentra werden ondanks de vele inspanningen zwaar getroffen, met meer ziekenhuisopnames en overlijdens als gevolg. Maar welke impact heeft de pandemie op de financiering van de woonzorgcentra gehad?

Partnerplan benchmark

Probis Consult, advies- en dienstverlener in de zorg- en welzijnssector, ondersteunt via de Partnerplan-dienstverlening woonzorgcentra bij de optimalisatie van hun financiering vanuit de Vlaamse Sociale Bescherming. Jaarlijks worden alle verzamelde data geanalyseerd en kunnen de woonzorgcentra zich via de Partnerplan-benchmark positioneren ten opzichte van de sector. Dit jaar geeft de benchmark ook een uniek inzicht in de impact van covid-19 op de financiering en de diverse parameters die hiermee samenhangen, zoals de bezetting en zorggraad in de woonzorgcentra.

De steekproef bestaat uit 52,5% private voorzieningen (VZW en commercieel) en 47,5% publieke voorzieningen. De provincies Oost- en West-Vlaanderen en Antwerpen zijn het sterkst vertegenwoordigd in de benchmark. Het gemiddelde woonzorgcentrum heeft 125 bewoners. Gemiddeld 65,5% van het aantal erkenningen zijn zogenaamde bijzondere erkenningen, die extra financiering voorzien voor de zwaar zorgbehoevende bewoners.

De resultaten uit de benchmark zijn gebaseerd op de gegevens verzameld in de periode van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2020. De covid-19-pandemie sloeg toe vanaf het einde van het eerste kwartaal van 2020.

Bezettingsgraad

De gemiddelde bezettingsgraad in de woonzorgcentra bedroeg 95,0%, wat lager is dan in dezelfde periode in het jaar ervoor, toen de gemiddelde bezetting 97,2% bedroeg. Vanaf het tweede kwartaal 2020, toen ons land geconfronteerd werd met de eerste golf, zien we de negatieve impact op de bezetting van de woonzorgcentra. In dit kwartaal kwam de bezettingsgraad in 26,0% van de woonzorgcentra zwaar onder druk te staan en daalde naar 90,0 tot 70,0% bezetting. Bij 3,5% van de voorzieningen daalde deze zelfs onder de 70,0%.

Ook de centra voor kortverblijf, gevestigd in een woonzorgcentrum, werden geconfronteerd met een sterke daling van hun bezetting, ondermeer door de opnamestop tijdens de eerste golf. De gemiddelde bezettingsgraad daalde van 82,8% naar 68,6% in de publieke voorzieningen en van 86,9% naar 54,6% in de private voorzieningen. De helft van alle centra voor kortverblijf in de benchmark ervaarden in het tweede kwartaal 2020 een zware impact op de bezetting, waarbij deze daalde naar bezettingsgraden tussen de 50,0 en 60,0%. Bij 5,3% van de centra voor kortverblijf daalde de bezettingsgraad onder de 50,0%.

“De bezettingsgraad van woonzorgcentra komt omwille van de covid-19-pandemie onder druk te staan”

Om de continuïteit van zorg te waarborgen en de woonzorgcentra te beschermen tegen financiële problemen riep de Vlaamse Overheid een steunpakket aan maatregelen in het leven die de woonzorgcentra financieel compenseren in geval van leegstand. Zowel de gederfde inkomsten op het vlak van de basistegemoetkoming (de subsidiëring vanuit de Vlaamse Sociale Bescherming) als de dagprijs die door de bewoners betaald wordt worden gecompenseerd.

Zorggraad

Ondanks de negatieve impact van covid-19 op de bezettingsgraad in de woonzorgcentra, stellen we vast dat de zorggraad, of de mate van zorgbehoevendheid van de bewoners, toegenomen is ten opzichte van dezelfde periode in het jaar ervoor. In de publieke voorzieningen steeg het gemiddeld aantal zwaar zorgbehoevende bewoners van 82,7% naar 84,4%. In de private voorzieningen was de stijging minder sterk, doch ook daar nam het gemiddeld aantal zwaar zorgbehoevende bewoners toe van 81,1% naar 82,3%. De verklaring hiervoor is tweeërlei: enerzijds neemt de zorgbehoevendheid van bewoners bij opname in het woonzorgcentrum jaarlijks toe, een evolutie die niet anders was in de periode van de dataverzameling. Anderzijds kunnen we veronderstellen dat omwille van de covid-19-pandemie bewoners die getroffen werden door het virus mogelijks, eventueel tijdelijk, zwaarder zorgbehoevend werden.

“Ondanks de negatieve impact van covid-19 op de bezettingsgraad is de zorgbehoevendheid van de bewoners in de Vlaamse woonzorgcentra toegenomen”

Medewerkers

De Partnerplan-benchmark focust naast de bewonerspopulatie ook op de inzet van medewerkers in de woonzorgcentra, die verschilt per voorziening afhankelijk van ondermeer de financiering ontvangen vanuit de Vlaamse Sociale Bescherming, de operationele werking, het beleidskader en de regionale context waarbinnen een woonzorgcentrum zich bevindt.

In de periode juli 2019 tot en met juni 2020 stelde het gemiddelde publieke woonzorgcentrum 12,5 voltijds equivalenten (VTE) zorgpersoneel (verpleegkundigen en zorgkundigen) per 30 bewoners tewerk, waarvan 4,6 VTE verpleegkundigen. In de private voorzieningen zien we een inzet van gemiddeld 11,6 VTE zorgpersoneel per 30 bewoners, waarvan 4,2 VTE verpleegkundigen.

De inzet van zorgpersoneel boven de door de overheid gestelde basisnormen kent een stijgende tendens. We mogen verwachten dat deze tendens zich de komende jaren verder zal zetten, aangezien de Vlaamse Overheid jaarlijks blijft investeren in de inzet van bijkomend zorgpersoneel, om alzo tegemoet te komen aan de stijgende zorgzwaarte van de bewoners in de woonzorgcentra.

In het kader van de covid-19-pandemie kregen de woonzorgcentra tevens de mogelijkheid om tijdelijk bijkomend personeel, bijvoorbeeld uit de thuiszorg of interim-medewerkers, in te zetten en stelde de Vlaamse Overheid bijkomende financiële middelen ter beschikking om deze extra inzet te financieren. 56% van 64 digitaal bevraagde woonzorgcentra gaven aan dat zij naar aanleiding van de covid-19-pandemie bijkomend personeel hebben ingezet.

De extra personeelsinzet kan gerealiseerd worden via diverse types van tewerkstelling, die we hieronder kort toelichten. Deze maatregelen zijn van toepassing sinds 1 oktober 2020 en gelden voorlopig tot en met 31 maart 2021.

De tewerkstelling van uitzendkrachten was reeds mogelijk voor verpleegkundigen, maar tijdens bovenvermelde periode eveneens voor zorgkundigen en reactiveringspersoneel. De aangifte kan gebeuren via de RaaS-applicatie, zodat deze prestaties meetellen voor de normberekening (let op: interim zorgkundigen en reactiveringspersoneel moeten uitzonderlijk worden aangegeven met contracttype “student”) of via het e-loket, waarbij de voorziening voor deze prestaties een vergoeding per uur zal ontvangen. Deze vergoeding kan ook worden toegekend voor prestaties van verpleegkundigen die via projectsourcing worden tewerkgesteld.

Voor contractuitbreidingen of nieuwe aanwervingen kan een voorziening eveneens tijdelijk kiezen voor een vergoeding per uur (aangifte via e-loket). Met het oog op extra begeleiding en ondersteuning van zowel bewoners als medewerkers, voorziet de overheid in dit kader tevens de mogelijkheid om een psycholoog (met masterdiploma) tewerk te stellen.

Ook voor jobstudenten kan er een uurvergoeding worden toegekend voor zover zij over een zorgkundigenvisum beschikken of tewerkgesteld worden als ondersteunend personeel.

Tewerkstelling van zelfstandigen en het inzetten van medewerkers van een andere werkgever of een andere dienst van dezelfde werkgever is tijdelijk mogelijk voor verpleegkundigen, zorgkundigen, reactiveringspersoneel, ondersteuningspersoneel en zelfstandige masters in de psychologie. In een woonzorgcentrum kan tijdelijk ook een zelfstandig arts of huisarts in opleiding (HAIO) worden ingeschakeld. Het algemene uitgangspunt blijft dat de zorg die in een woonzorgcentrum verleend wordt door medewerkers van een andere zorgvoorziening zoveel als mogelijk verder gesubsidieerd wordt via de bestaande en voor de organisaties gekende reguliere manier. Prestaties waarvoor er een volledige of gedeeltelijke tegemoetkoming mogelijk is in de loonkosten van de medewerkers via de bestaande reguliere financiering komen niet in aanmerking voor een vergoeding per uur. Ook prestaties van medewerkers waarvoor een compenserende financiering voorzien is in kader van COVID-19 komen niet in aanmerking voor de vergoeding per uur.

De totale vergoeding voor extra personeelsinzet wordt per kwartaal begrensd en dubbele financiering blijft in alle gevallen uitgesloten. Prestaties waarvoor de voorziening een vergoeding per uur vraagt kunnen nooit in de RaaS-toepassing geregistreerd worden. Omgekeerd kunnen prestaties die via de basistegemoetkoming voor zorg worden vergoed (registratie via RaaS) nooit worden opgegeven in het kader van de vergoeding per uur (registratie via het e-loket).

Tenslotte geven we u nog mee dat er bij de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg geen sancties zullen worden toegepast omwille van een eventueel personeelstekort op de financieringsnorm voor de facturatiejaren 2021 en 2022.

Klik hier voor een schematisch overzicht van de mogelijkheden per functie en type overeenkomst.

Klik hier voor een berekeningstool om de extra financiering in het kader van de compenserende maatregelen te berekenen.

Conclusie

De covid-19-pandemie zette vanaf het tweede kwartaal 2020 de bezetting van de Vlaamse woonzorgcentra onder druk. De zorgbehoevendheid van de bewoners nam toe en woonzorgcentra kregen de mogelijkheid om tijdelijk extra gefinancierd personeel in te zetten.  Om de continuïteit van zorg te waarborgen en de woonzorgcentra te beschermen tegen financiële problemen ondersteunt de Vlaamse Overheid de woonzorgcentra met een steunpakket aan maatregelen, enerzijds ter compensatie van de leegstand, anderzijds in het kader van de inzet van extra personeel. In de volgende Partnerplan benchmark, die verwacht wordt in het najaar van 2021, zal ook de impact van de covid-19-pandemie op de laatste twee kwartalen van 2020 en het begin van 2021 duidelijk worden.